Visie

Taal is het communicatiemiddel bij uitstek van elke mens om in de maatschappij te kunnen functioneren. Daarom is taal ook hoofdzakelijk een sociaal fenomeen. Via taal vertolken men immers zijn gedachten, gevoelens, wensen en verlangens. en deelt men zijn gewaarwording en ideeën aan zijn omgeving mee.

Het uiten van een taal is meer dan klanken en tekens. Mondeling taalgebruik wordt meestal ondersteund door lichaamstaal. Leerkrachten begeleiden hun leerlingen in het leerproces. Zo moeten leerlingen de vaardigheden tot communiceren optimaal ontwikkelen, zowel op mondeling als schriftelijk vlak.

Men maakt de leerlingen bewust van het feit dat taalgebruik, zowel mondeling als schriftelijk, van uitdrukkingswijze kan verschillen. Belangrijk is ook dat de leerlingen gemotiveerd worden om taal te verwerven. Daarom moet het talenonderwijs realistisch, interessant en functioneel zijn en moet de leerlingen er zich persoonlijk bij betrokken voelen. Bovendien moeten ze er ook plezier aan beleven en zich creatief kunnen ontplooien in de lessen.

Bij het verwerven van taal staan vijf vaardigheden centraal:

  • luisteren
  • spreken
  • lezen
  • schrijven
  • visualisatie/beelden

Zij komen zo veel mogelijk aan bod tijdens de lessen en die integratie heb je immers ook in de meeste communicatieve situaties (vb. op de speelplaats, jeugdhuis , tussen de ouders , uitstappen, interlevensbeschouwelijk competenties,….)

Niet alleen wat men zegt, is belangrijk, maar ook hoe men iets zegt. Reflecteren over taal is daarom onmisbaar voor een correct taalgebruik. Het is de opdracht van de lesgever de leerlingen zowel in gesproken als in geschreven taal attent maken op:

  • de verschillende taalregister (taalkunde )
  • de taalregels
  • de woordkeuze, de zinsbouw, de leestekens, …
  • de strategieën die de communicatie bevorderen.

Het hoofddoel blijft wat leerlingen met taal kunnen doen, en niet wat leerlingen over taal weten: leerlingen leren taal gebruiken met verschillende functies en in diverse communicatiesituaties (Allochtone jongeren in het onderwijs: een multidisciplinair perspectief, C. Timmerman, 2006). Om hun taalvaardigheid te verbeteren reflecteren ze daarbij op hun eigen taalgebruik en dat van anderen.

Het onderwijs ( basis- en secundaire onderwijs ) en ATCL moeten streven naar de ontwikkeling van de persoonlijkheid van kinderen en jongeren. Het ATCL moet van de jongeren mondige burgers maken, die er plezier beleven met taal om te gaan. Taal behoort nu eenmaal tot de samenleving.

Concreet zet ATCL in op:

  • spreken
  • schrijven
  • lezen
  • luisteren
  • taalhandelingen
    • Vaardigheden hebben voorrang op kennis. De aandacht gaat in de eerste plaats naar wat de taalgebruiker moet kunnen doen met de taal.